oogtest

Behandelingen

 

Strabisme

Wat is strabisme?

Strabisme of scheelzien komt voor bij 2 tot 3% van alle kinderen.

Het kan aangeboren zijn (voor de leeftijd van 6 maanden ontstaan) of later optreden in de kinderjaren. Het is niet louter een esthetisch probleem doch wijst vaak op een onderliggend probleem van het zicht.

We raden ouders dan ook aan zo snel mogelijk een afspraak bij hun oogarts te maken wanneer zij merken dat hun kind scheel kijkt. Een scheelkijkend oog wordt namelijk heel vaak lui of slechtziend.

De behandeling bestaat erin zo vroeg mogelijk het goede oog af te plakken (occlusie). Soms is ook een bril nodig Indien de behandeling te laat gestart wordt of niet lang genoeg volgehouden wordt, kan het gezichtsverlies onomkeerbaar zijn.

 

Behandeling

De behandeling van strabisme vergt een goede samenwerking tussen oogarts, orthoptist en ouders. Een heelkundige ingreep is vaak noodzakelijk , maar is slechts één stap in de strabisme-behandeling. Voor een succesvol resultaat blijven regelmatige oogcontroles en volgehouden occlusietherapie noodzakelijk. Ondanks een goede medische en chirurgische behandeling kunnen recidieven van het scheelzien optreden.

De operatie gaat door onder algemene anesthesie en meestal kan de patiënt in de namiddag al naar huis (ééndagshospitalisatie).

strabisme.JPG

Men gaat de aanhechtingsplaats van de extra-oculaire spieren op de oogbol wijzigen, om zo de ogen recht te zetten.

Na de operatie zijn de ogen tijdelijk rood en licht geprikkeld. De eerste dagen worden ontsmettende oogdruppels voorgeschreven en de eerste weken wordt zwemmen, contact met zand en sporten afgeraden.

 

Risico's

Onmiddellijk na de operatie kunnen patiënten dubbelzien. Dit is meestal van korte duur en verdwijnt volledig na enkele dagen. Soms is echter een chirurgisch ingrijpen opnieuw nodig. Het risico op dubbelzien is bij volwassenen groter dan bij kinderen. Het risico op dubbelzien wordt voor de operatie grondig ingeschat en wordt op voorhand uitgebreid met de patiënt besproken.

Zeldzame risico's zijn een ruptuur van een abnormale oogspier en de perforatie van de oogbol wegens een zeer dunne sclera. In zeer uitzonderlijke gevallen kan een zware infectie, bloeding, of vasculaire occlusie optreden met functioneel verlies van een oog. Verder bestaan er ook zeldzame complicaties die verband houden met de algemene anesthesie zoals maligne hypothermie.

 

Resultaat

Geen enkele oogchirurg kan een perfecte oogstand garanderen postoperatief. De ogen kunnen na een ingreep mooi recht staan, doch soms zijn heringrepen nodig om tot een esthetisch en functioneel eindresultaat te komen.

De oogstand kan jaren stabiel blijven, doch kan na een aantal jaren terug van positie veranderen. In elk geval blijven regelmatige controles bij de oogarts nodig, zelfs jaren na de heelkundige ingreep. Naast de oogstand moet ook de gezichtsscherpte goed opgevolgd worden tot de leeftijd van 10-12 jaar Tot deze leeftijd is recidief van een lui of slechtziend oog mogelijk.

Vaak hebben kinderen en volwassen met een voorgeschiedenis van strabisme, geen goed binoculair zicht of dieptezicht. Het herstel van een normaal binoculair zicht postoperatief is slechts mogelijk indien er voor het begin van het scheelzien reeds binoculair zicht aanwezig was (kinderen met aangeboren strabisme kunnen om die reden nooit dieptezicht verwerven)